De Europese Gemeenschap en de Haagse Conferentie voor het Internationaal Privaatrecht
- Auteur M. Traest
- Éditeur Uitgeverij Maklu NV
- ISBN 9789062158652
- Date de publication 29-10-2003
- Pays Belgium
- Langue Dutch
- Disponibilité En stock
- Livraison gratuite
Description
Over het boekIn dit boek staat de verhouding van de Europese Gemeenschap tot de Conferentie van Den Haag voor het Internationaal Privaatrecht centraal. Het situeert zich aldus op het grensgebied van het Europees gemeenschapsrecht en het internationaal privaatrecht.Het Verdrag van Amsterdam bracht met zich mee dat de Europese Gemeenschap communautaire normen van internationaal privaatrecht kon aannemen. Intussen werden een aantal nieuwe verordeningen van kracht, waaronder ook de verordening die de omzetting van het oorspronkelijke EEX-Verdrag inhield. Deze recente communautaire activiteit op het vlak van het internationaal privaatrecht, stelt evenwel de verhouding tot de universele eenmaking van het internationaal privaatrecht zoals die reeds sinds meer dan een eeuw plaats grijpt in de schoot van de Conferentie van Den Haag voor het Internationaal Privaatrecht, in een nieuw daglicht. Er rijzen immers prangende vragen, zoals onder meer betreffende de invloed van het subsidiariteitsbeginsel en de mate waarin de Gemeenschap de verdragsluitende bevoegdheid van de lidstaten in de schoot van de Haagse Conferentie heeft overgenomen. Ook rijst de vraag of de Europese Gemeenschap lid zou kunnen worden van de Haagse Conferentie. Dit boek beoogt nu een algemene analyse te verrichten van de verhouding tussen deze twee internationale organisaties in het licht van de regionale en universele eenmaking van het internationaal privaatrecht. Daarbij vormen de verschillende bevoegdheidsgronden waarin het Verdrag van Rome voorziet om tot eenmaking van internationaal privaatrecht over te gaan het vertrekpunt. Er wordt niet alleen onderzocht op welke wijze deze bevoegdheidsgronden zich tot elkaar verhouden, doch tevens wordt nagegaan welke de gevolgen zijn van het communautaire optreden voor de werkzaamheden in de schoot van de Haagse Conferentie. Uiteraard komt daarbij ook de verdragsluitende bevoegdheid van de Europese Gemeenschap aan bod. Verder wordt nagegaan op welke wijze het algemeen gemeenschapsrecht en in het bijzonder het verbod van discriminatie een beperking kan zijn voor de toepassing van verdragen van de Conferentie van Den Haag. Het geheel wordt afgesloten met een blik op hetgeen de toekomst kan brengen voor de wijze waarop de beide organisaties zich tot elkaar zouden kunnen verhouden.Uit de inhoudDeel I. Algemene InleidingDeel II. Karakterisering van de Haagse Conferentie en de Europese Gemeenschap als internationale organisaties De Haagse Conferentie voor het Internationaal Privaatrecht een internationale organisatie De Europese Gemeenschap als internationale organisatie beschouwd in het licht van de soevereiniteit van de Lid-StatenDeel III. De Europese Gemeenschap als bron van gentegreerd internationaal privaatrecht De noodzaak van een rechtsgrond Bevoegdheidsbepalingen die uitdrukkelijk voorzien in integratie van regels die we tot het internationaal privaatrecht kunnen rekenen Bevoegdheidsbepalingen die niet uitdrukkelijk voorzien in integratie van regels die we tot het internationaal privaatrecht kunnen rekenenTussenbesluitDeel IV. De externe bevoegdheid van de Europese Gemeenschap om internationaal privaatrecht te integreren Grondslagen voor het externe optreden van de Europese Gemeenschap Het externe optreden van de Europese Gemeenschap terzake de integratie van internationaal privaatrecht De externe bevoegdheid van de Europese Gemeenschap terzake de integratie van het internationaal privaatrecht in de verhouding tot de Haagse Conferentie een stand van zakenDeel V. De Europese Gemeenschap als beperking van gentegreerd internationaal privaatrecht Het principe van de voorrang van het GemeenschapsrechtDe werking van het non-discriminatiebeginsel De toetsing van regels van internationaal privaatrecht uit verdragen van de Haagse Conferentie aan het GemeenschapsrechtDeel VI. Proeve een draaiboek voor de verhouding van de Europese Gemeenschap tot de Haagse Conferentie Een ruimere externe competentie van de Europese Gemeenschap voor het volledige terrein van het internationaal privaatrecht Enige aanpassingen in de schoot van de Haagse Conferentie ten gevolge van de ruimere externe competentie van de Europese Gemeenschap op het terrein van het internationaal privaatrecht Een blijvende toepassing van de AETR-rechtspraak Een samenwerkingsakkoord tussen de Gemeenschap en de Conferentie Een verzoening van twee verschillende integratiemodellenOver de auteursMichael TRAEST 1969 behaalde het diploma van licentiaat in de Rechten Universiteit Gent, 1992, van Master of Comparative and European Law Rijksuniversiteit Limburg, Maastricht, 1993 en van doctor in de Rechten Universiteit Gent, 2002. Hij is momenteel als doctor-assistent verbonden aan de universiteit Antwerpen en is tevens referendaris bij het Hof van Cassatie.